Uitgebuite bezorgers bouwen solidariteitsnetwerk met perspectief

(Mondiaal FNV)

Heel voorzichtig bouwen ze aan een solidariteitsnetwerk voor de bezorgers in Libanon. De veelal Syrische vluchtelingen zitten in een benarde arbeidssituatie, maar hebben nu perspectief gekregen dankzij internationale steun van onder andere Mondiaal FNV. Mondiaals consultant Hind Hamdan blikt terug op eerste, geslaagde stappen.

Lange werkdagen, lage lonen, gebrek aan sociale bescherming en gewelddadige repressie bij pogingen tot organisatie. Dat is in een notendop de situatie waarin zich duizenden bezorgers in Libanon bevinden. “In 2020 zijn we begonnen de digitale platformeconomie in Libanon in kaart te brengen”, vertelt Hind, consultant voor Mondiaal FNV in de MENA-regio. Met ‘we’ bedoelt ze Mondiaal FNV en de Friedrich Ebert Stiftung (FES). Vorig jaar is de ngo Lebanese Observatory for Workers and Employees’ Rights (LWRO) betrokken bij dit project.

Alles zelf betalen

“Uit die mapping bleek dat de werknemers voornamelijk uit Syrische vluchtelingen bestaan, die hier niet mogen werken, omdat ze ongedocumenteerd zijn. In latere jaren zijn hier soldaten bij gekomen, die na hun werkdag in het leger nog een tweede baan mogen hebben. Wat hen bindt zijn de hele lage lonen, ver onder het minimum. Ze moeten de verzekering voor hun bromfiets zelf betalen, evenals het bezorgersuniform en de rugzak. Raken ze betrokken bij een ongeluk, dan moeten ze de schade en eventuele ziekenhuiskosten zelf betalen. Ze krijgen dan ook geen inkomen.” En net als in Nederland staan de pakjes- en maaltijdbezorgers voortdurend onder toezicht: de klant en het bedrijf kan precies volgen waar ze zich bevinden en of ze stilstaan.

Maffiapraktijken

De sector is erg gemonopoliseerd, zegt Hind, en hun werkwijze doet soms denken aan maffiapraktijken. “De belangrijkste spelers zijn verbonden aan politieke partijen of staan onder bescherming van de overheid. De kwetsbare groep bezorgers staat vrijwel zonder bescherming, terwijl grote digitale platformbedrijven zoals Toters hun dominante positie misbruiken om vakbondsorganisatie  actief tegen te werken.”

Geslagen en ontslagen

Ze vertelt over een spontane staking in 2021, toen werknemers een hoger loon wilden. “De munt was 90% gedevalueerd, waardoor hun al te lage lonen niets meer waard bleken. Maar de platformbedrijven pikten dit niet. Sommige stakers werden geslagen, andere ontslagen en er werd op hun gemoed ingepraat om toch te werken.” Daarom ook was (en is) het zaak om de bezorgers behoedzaam te organiseren. “We proberen hen onder de radar te houden”, zegt Hind. Kort na die staking begon ze samen met FES-medewerkers voorzichtig enkele bezorgers te benaderen. Uiteindelijk vormden ze een kerngroep van 12 tot 15 mannen als start voor een solidariteitsnetwerk. “Vrouwen doen dit werk nauwelijks.”

Verzamelen van gegevens

Het solidariteitsnetwerk kreeg in de afgelopen 4 jaar vorm dankzij de input van de kerngroep en deskundigen. “Dit is een project waaraan werknemers niet alleen zelf deelnemen, maar het ook zelf leiden”, zegt Hind. “Daar hebben we heel sterk aan vastgehouden. En we hebben sterk ingezet op het opbouwen van vertrouwen.” De kerngroep begon met het verzamelen van gegevens via enquêtes en informele gesprekken met bezorgers, zodat ze de arbeidsomstandigheden beter in kaart kregen. Hieruit vloeiden 2 acties voort: een game-app, die helpt bij het inzichtelijk maken van de persoonlijke werksituatie en een publiekscampagne.

Tot tranen geroerd in theatervoorstelling met bezorgers

Sinds januari is de game-app actief waarmee bezorgers gesprekken kunnen aangaan. Hind: “Het is bedoeld als hulpmiddel bij het organizen en helpt bij het voeren van discussies.” De publiekscampagne is tweeledig geworden. Vorig jaar ging de kerngroep een samenwerking  aan met de improviserende theatergroep Laban, die met deelname van het publiek voorstellingen maakt. “We deden een sessie met de kerngroep en hun collega’s en dat werd een hele bijzondere voorstelling, waarbij iedereen tot tranen geroerd was. Een 37-jarige bezorger zei: ‘Mijn leven is over en het maakt me niet uit. Ik doe dit werk en deze strijd voor mijn kinderen.’ Dat was aangrijpend.”

Druk opvoeren

Vanuit die improvisatie is een script voor een politiek theaterstuk ontstaan, dat inmiddels in 6 verschillende steden is opgevoerd. Op universiteiten en in culturele instellingen, om het publiek bewust te maken van de moeilijke arbeidsomstandigheden. Dit jaar zijn 3 video’s gemaakt met portretten van bezorgers, die op mediaplatforms worden gepost. “Veel mensen uit de middenklasse bestellen via internet en hebben dus te maken met onze bezorgers. Met deze campagne willen we klanten bewust maken van de positie van koeriers, zodat ook zij druk gaan opvoeren richting bedrijven en overheid om de arbeidsomstandigheden te verbeteren.”

Aanvankelijk wantrouwen

Het begin is er, en Hind hoopt dat het project door zal gaan, ook al stopt Mondiaal FNV nu noodgedwongen met de financiering. “De tijd was te kort om nu al een vakbond op te richten, maar de onderlinge solidariteit is er nu. Toen de Libanese soldaten ook gingen bezorgen, was er aanvankelijk veel wantrouwen tussen hen en de Syrische vluchtelingen. Daar komt nu langzaam verandering in. Ze zijn betrokken en helpen elkaar.”

‘Ik heb hen gehoord’

Voor Hind zelf was dit project ook een eye-opener. “Ik heb in de afgelopen jaren veel van hen geleerd. Bijvoorbeeld dat fooien die online zijn betaald maar deels bij hen terecht komen, en dat je die dus beter cash kan geven. Ik heb hen gehoord en nu weet ik hoe ze leven en worden uitgebuit. Dat is natuurlijk heel schrijnend. Deze bezorgers zijn vaders, zonen, broers en echtgenoten en willen gewoon voor hun gezin zorgen.”

Interview: Astrid van Unen