Advocaat Pim Fischer: “Er werd tijdens de zitting wat afgelogen en bedrogen”

(Straatnieuws)

Een zaak van een lange adem, zoveel is duidelijk. In Rotterdam diende eind januari weer een rechtszaak tegen de staat, namens 23 ongedocumenteerden die geen beroep meer kunnen doen op de bed-bad-broodregeling. Dat deed Pim Fischer, de enige advocaat die zich al decennia met de rechten van ongedocumenteerden bezighoudt. “Ik ben helemaal in de mood om de staat aan te pakken.” En met succes: de bed-bad-broodregeling moet in Rotterdam blijven bestaan.

Tekst Astrid van Unen

Beeld Reyer Boxem (portret Pim) en Ank Zwolle (portretten ongedocumenteerden)

Vorig jaar voerde Fischer al rechtszaken in Amsterdam, Groningen, Utrecht en Eindhoven. In totaal staat hij 562 ongedocumenteerden in het land bij. Bij de eerste ronde bezwaren kreeg hij het voor elkaar dat deze mensen, zolang toenmalig minister Faber nog geen reactie op Fischers bezwaar had gegeven, niet op straat konden worden gezet. Alleen in Rotterdam kwam de minister eind vorig jaar met een reactie: de sluiting bleef staan. “Wel moet de opvang gecontinueerd worden”, zegt Fischer. “De Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) is afgeschaft (in de volksmond bed-bad-broodregeling), dat is einde verhaal, maar de minister mag deze mensen niet laten verrekken. Sterker nog: de minister betaalt 65 euro per nacht per persoon om de opvang te continueren.”

Fischer wordt in de media al ‘mister bed-bad-brood’ genoemd. “Dat mag wel een onsje meer”, lacht hij, “want als je een leven met bed, bad en brood in de aanbieding hebt, vind ik dat nogal mager.”

Meewerken aan vertrek

Het was erg druk in de Rotterdamse rechtszaal op 28 januari, blikt Pim Fischer terug. Er was zelfs een tweede zaal nodig om iedereen een plaats te geven. “Veel klanten waren aanwezig, wat ik ook zeer knap vond”, zegt Fischer. De rechtszaak in Rotterdam was een belangrijke: een meervoudige kamer buigt zich voor het eerst over de vraag of de rechten van ongedocumenteerden voldoende geborgd zijn als de bed-bad-broodregeling definitief verdwijnt.

De kern van het betoog van de landsadvocaat, die het stoppen van gemeentelijke opvang verdedigt, is dat ongedocumenteerden geen recht hebben op onderdak, tenzij ze meewerken aan vertrek. In dat geval kunnen zij zich melden voor opvang bij de vrijheidsbeperkende locatie in Ter Apel. En, opmerkelijk: op de vraag van de rechter of de keuze van de ongedocumenteerde om niet mee te werken aan vertrek voor hem gelijk staat aan de keuze om op straat te leven, antwoordt hij: “Klopt.”

Fictief plekje

Fischer: “De advocaat van het Rijk probeert het geschil te verleggen naar: er is onderdak beschikbaar in Ter Apel. Hoe vals dat ook is, hij is in die opzet behoorlijk geslaagd. Voor mij gaat het om adequate opvang in het sociale systeem waar mensen verkeren, hoe zwak en mager dan ook. Daar haal je ze uit als je ze naar Ter Apel stuurt, in een verschrikkelijke omgeving waar je de regie op je leven kwijtraakt. Ik had gehoopt dat we die discussie niet zouden voeren. Er werd tijdens de zitting wat afgelogen en bedrogen. De advocaat liet een regievoerder van de Dienst Terugkeer en Vertrek zeggen dat er altijd wel een plekje te vinden was in Ter Apel.”

Hier zou capaciteit zijn voor 235 ongedocumenteerden, terwijl er ‘maar’ 170 plekken bezet zijn. “Dat is zo evident onjuist, weten we, dat de advocaat dit niet voor z’n eigen rekening kon nemen.” Het is ook een simpel rekensommetje. Fischer staat 562 ongedocumenteerden bij, dus voor bijna vijfhonderd is geen plek.

“Zo’n uitspraak valt niet te pareren”, zegt Fischer. “Als de staat dit zegt, wordt in z’n algemeenheid aangenomen dat de staat dit niet bij elkaar liegt en bedriegt. Ik heb daar tegenover gesteld dat er allemaal dwangsommen zijn uitgevaardigd en dat er op de dag van de zitting 2100 mensen in Ter Apel zaten. Dat zijn er honderd meer dan het COA mag toelaten. Maar als zo’n regievoerder stelt: ‘Ik heb altijd wel een plekje’, dan is dat wat het is. Daarmee is wel het debat verlegd. Terwijl het er om moet gaan dat deze mensen extreem kwetsbaar zijn, hulp nodig hebben en op adequate voorzieningen moeten kunnen rekenen. De staat biedt slechts een fictief plekje.”

Schending van (internationale) rechten

Volgens Fischer schendt de minister verschillende vastgestelde rechten door ongedocumenteerden op straat te zetten. Zij hebben namelijk recht op minimale zorg, zelfs als zij niet meewerken aan terugkeer. Hij beroept zich op het nationaal recht, internationaal recht én het recht van de Europese Unie, waarin richtlijn 2008/115 bepaalt dat er basisvoorzieningen geboden moeten worden aan iedereen die niet is toegelaten tot de EU. Dus: minimaal bed, bad en brood.

Daarnaast stelt hij dat Ter Apel geen geschikt alternatief is voor zijn kwetsbare cliënten, die vaak ernstige medische of psychische problemen hebben. Of ze willen wel terugkeren, maar kunnen dat om uiteenlopende redenen niet. Bijvoorbeeld omdat ze alle papieren kwijt zijn of omdat het thuisland niet meewerkt. “Ik ben helemaal in de mood om de staat aan te pakken”, zegt Fischer strijdbaar. “Als je eens wist hoe vaak ik al het bijltje erbij neer had willen gooien na al die ellende en verraad. Aan de andere kant: ik ken het kunstje, en ik heb al heel wat zaken gewonnen.”

Lange rechtsgang

Van alle steden heeft Rotterdam de meest kwetsbare ongedocumenteerden. “Hier zijn meer mensen met medische problematiek”, zegt Fischer. “Categorie 1 qua zorgbehoeften, volgens de GGD. Dat is de zwaarste categorie. Sommigen functioneren nauwelijks. Aan hen moet ik me iedere keer opnieuw voorstellen, terwijl ik al vier keer eerder met hen heb gesproken. Er zijn ook mensen met verslavingsproblematiek. Dat is een hele rotziekte, want je kunt met hen geen persoonlijke band opbouwen.”

In elk geval moet er opvang komen, is het uitgangspunt van Fischer. Hij hoopt dat de rechter door het verhaal over Ter Apel heen prikt. “Dan zijn we ervan af en kunnen we daarna verder. De rechtszaken in de andere vier steden hangen met deze samen. Als er verschillend wordt besloten, dan komen we uiteindelijk uit bij de Raad van State. Als ik win, gaat de minister in hoger beroep, en als ik verlies is er geen twijfel mogelijk dat ik in hoger beroep ga. Een deel van de Amsterdamse rechtszaken ligt daar al. Daar komen de Rotterdamse zaken straks bij. Daarna de Groningse, Eindhovense en Utrechtse zaken.”

Het wordt een lange rechtsgang, voorspelt Fischer, omdat het feitelijk gaat om de interpretatie van het Europees recht. “Het kan zijn dat we tot aan het Hof van Justitie in Luxemburg gaan, en dan kan het wel lang duren.”

Bijna drie maanden deed de rechter over de uitspraak, maar dat wachten bleek de moeite waard: de Rotterdamse ongedocumenteerden die gebruikmaken van de bed-bad-broodregeling mogen niet op straat worden gezet. Volgens de Rotterdamse rechtbank heeft de minister de belangen van zestien vreemdelingen onvoldoende gewaarborgd, die bij sluiting van de opvang in een ‘situatie van zeer verregaande materiële deprivatie’ terecht zouden komen. Dit is in strijd met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens, aldus het vonnis. “Een erg mooie uitspraak”, zegt Fischer.

[in kader]

Merieta: “Ik probeer al het negatieve om te zetten in het positieve”

Ze behoort tot een van de ongedocumenteerden, voor wie Pim Fischer opvang eist. Merieta (52) vluchtte acht jaar geleden uit Suriname om te ontkomen aan een gewelddadige ex. Daarvoor moest ze haar kinderen achter laten, geen gemakkelijke beslissing. “We bellen wel elke dag”, zegt ze. Het plan was even onder te duiken in Nederland, maar ze kan nu niet terug. “Via mijn kinderen hoor ik dat hij nog steeds naar me op zoek is. ‘Ik ga haar keel doorsnijden’, zei hij tegen ze.”

Merieta heeft geen familie in Rotterdam. Aanvankelijk woonde ze bij vrienden, “maar ik kon daar niet eeuwig blijven.” Zo belandde ze op straat, waar ze werd geslagen en mishandeld. “Dat wil ik nooit meer meemaken.” Een goede kennis van haar bracht haar naar stichting Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt (ROS). “Ik was echt depressief en verdrietig. Ik wilde mezelf dood maken. Dankzij ROS ben ik er weer bovenop gekomen.” Inmiddels woont ze in bij iemand die ongedocumenteerden opvangt in de regio Rotterdam.

Ze oogt nu als een rustige, sterke vrouw. Ze heeft zeven kinderen en dertien kleinkinderen. Eén dochter woont in Almere. “Maar ik heb geen adres van haar. Eerst hadden we wel telefonisch contact, maar haar telefoon is niet meer in gebruik. Ik ben op zoek naar haar.” Om bezig te blijven, maakt ze huizen schoon. “Dat mag niet, maar ik word soms gevraagd. Ik wil heel graag in de zorg werken als ik eenmaal mijn papieren krijg. Dat deed ik al in Suriname. Ik voel veel liefde voor de oudjes. Het is best mogelijk dat ik gelegaliseerd word, want ik ben ook Nederlands. Omdat ik vóór 1975 (de onafhankelijkheid van Suriname) geboren ben. Ik duim dat ik een verblijfsvergunning krijg. Tot die tijd probeer ik al het negatieve om te zetten in het positieve.”

Op 28 januari was Merieta bij de rechtszaak die Fischer namens haar en 22 andere ongedocumenteerden in Rotterdam voerde. “Pim is er echt voor ons. Hij doet z’n best om voor ons op te komen. Het was heel druk in de rechtszaal en dat betekende een hele grote steun. Ik voelde me fijn en gesterkt. Ik hoop op een goede afloop.”

[einde kader]

[in kader]

Stefanus: “Bed, bad en brood horen bij een ordentelijke democratie”

Als het niet zo gepaard was gegaan met vele onzekerheden, zou je vinden dat Stefanus (76) een opwindend en avontuurlijk leven achter de rug heeft. Deze van oorsprong Zuid-Afrikaan vertrok begin jaren tachtig uit zijn land om zijn geluk te beproeven in Schotland. Hij belandde in een oud mijndorp. “Daar was veel stof en viezigheid. Dat hele Schotland was niets voor mij, ik vond het geen fijne plek.” Hij vertrok naar Noord-Engeland en deed er een specialistische opleiding om op booreilanden te kunnen werken. Begin deze eeuw belandde hij via heel veel landen in Noord-Europa in Duitsland en sinds 2014 is hij in Nederland. Inmiddels zonder papieren.

“Ik ben geboren in 1951 in de Unie van Zuid-Afrika”, vertelt hij in de grote zaal van stichting ROS. “In 1961 werd het een republiek en juist dat is nu het probleem om een paspoort te krijgen. Ik wil helemaal geen verblijfsvergunning in Nederland, ik wil gewoon mijn Zuid-Afrikaanse paspoort krijgen. Ik heb in mijn leven heel veel geld verdiend, maar ik kan er niet bij zonder ID.”

Als Stefanus vertelt over zijn omzwervingen in Europa, dan twinkelen zijn ogen. Helsinki, Wasa, Sint Petersburg, De Krim, Donbas, Kiev, Polen en het Duitse Herzberg zijn een aantal plaatsen waar hij heeft gewoond en gewerkt. Van oorsprong is hij elektricien, maar hij werd allengs bekwamer in het verbouwen van woningen. Een Groningse hoteleigenaar vroeg hem keukens in een serie nieuwbouw woningen in Duitsland te zetten. Stefanus deed het, maar kreeg zes maanden lang geen loon. “Ik had in die tijd nog een tasje met alle belangrijke documenten, dus ik ben naar Groningen afgereisd. Op het adres van dat Groningse bedrijf bleek een veilinghuis te zitten. Ik voelde me zwaar benadeeld en ontregeld.”

Via Amsterdam (“Ik vond het daar niks”) belandde hij in Rotterdam, dat hij nog kende uit 2005, toen hij een olieplatform uit de Schiedamse haven moest weghalen. “Ik heb een advocaat in de arm genomen om dat bedrijf op te sporen en aan te klagen. Toen had ik nog geld en geldige papieren. Ik zwierf een beetje rond met mijn koffertjes van hotel naar hotel, maar dat werd op den duur te duur. De advocaat kostte ook veel geld. Ik besloot in een park te gaan slapen en elke ochtend bij de McDonalds aan de Coolsingel mijn gezicht te wassen in het toilet. Toen kon je nog als 65-plusser koffie en een cheeseburger met korting krijgen. Maar ik ben beroofd in dat park en sindsdien al mijn documenten kwijt.” Toen corona uitbrak, kwam hij definitief bij stichting ROS terecht.

Stefanus is bij alle rechtszaken geweest die Pim Fischer namens hem en 22 andere ongedocumenteerden in Rotterdam voerde. “Waarom ik hierin meedoe, ook al wil ik geen Nederlandse verblijfsvergunning? Ik kom uit een land waar de meerderheid democratisch is. Alles moet ordentelijk gebeuren. Bed, bad en brood horen bij een ordentelijke democratie.”

[einde kader]