Voedselbanken wereldwijd

(FNV Magazine)

In de jaren zeventig van de vorige eeuw popte de eerste voedselbank op in de Verenigde Staten. Inmiddels is voedselhulp niet meer weg te denken. Het aantal werkende armen is groeiende, evenals gepensioneerden en kinderen onder de armoedegrens.

INDIA – Armen hebben wettelijk recht op voedselhulp

Recht op voedsel is in India sinds 2006 bij wet vastgelegd. De National Food Security Act, die in 2013 nog een vernieuwing doormaakte, kwam tot stand dankzij intensieve campagnes door vakbonden en ngo’s. Mensen kunnen nu desnoods naar de rechtbank om voedselhulp van de overheid te eisen, vertelt Chennaiah Poguri, coördinator van de Indiase vakbondsfederatie NAAWU. In totaal zijn er negen voedselprogramma’s ontworpen op specifieke groepen, zoals kinderen, zwangere vrouwen en kinderloze bejaarden.

“Voedselhulp is er in de vorm van rijst”, zegt Poguri, “maar ook in de vorm van garanties. Zo krijgen kinderdagverblijven en scholen gratis lunches. Ook bejaarden kunnen rekenen op gratis voedsel. Zwangere vrouwen krijgen extra granen en linzen gedurende zes maanden. Per deelstaat is nog specifieke hulp geregeld.” Maandelijks kunnen inwoners die minder dan 12 duizend roepies (130 euro) te besteden hebben, rekenen op bijvoorbeeld vijf kilo rijst, een kilo suiker, een kilo granen, een kilo zout en extra olie tijdens feestdagen.

“Mensen krijgen een Public Distribution System Card, waarmee ze naar een uitgiftepunt kunnen”, legt Poguri uit. “Wij hebben voor alle leden van de landarbeidersvakbond APVVU zo’n kaart geregeld. Maar ook in sectoren als de bouw komen werkende armen voor; ook zij krijgen zo’n kaart. Eigenlijk in alle werknemers in de informele economie hebben er recht op.”

De nationale voedselzekerheidswet was een overwinning van de vakbonden, maar er blijft nog veel werk aan de winkel, stelt Poguri. “We kijken welke landerijen van de staat en dus de gemeenschap zijn en zorgen dat arme boeren eigen land krijgen. Dit doen we door rechtszaken te voeren. Daarnaast blijft een leefbaar inkomen heel belangrijk. We vechten dus voor verhoging van het minimumloon, maar ook voor pensioenuitkeringen voor bijvoorbeeld weduwen.”

CANADA – Voedselprijzen, huren en hypotheken stijgen sterk

Het ontstaan van voedselhulp is in de meeste landen verbonden met economische malaise. Zo ook in Canada, waar in 1981 een recessie leidde tot het verzamelen van voedsel dat net over de datum was. “Toen heette het nog informele liefdadigheid”, vertelt internationaal secretaris Lily Chang van de vakbondsfederatie Canadian Labour Congress (CLC). “Inmiddels hebben we een landelijke voedselbank, die ook non-food uitgeeft, zoals babyspullen, shampoo en andere toiletartikelen.”

Volgens de jongste cijfers maken 2,2 miljoen Canadezen maandelijks gebruik van de voedselbank. “Dit aantal is verdubbeld sinds 2019”, zegt Chang. Uit onderzoek blijkt dat 42 procent van de mensen die voedselhulp ontvangen een eenpersoons huishouden voert en 40 procent heeft een uitkering vanwege werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Maar liefst 19 procent heeft een baan, maar verdient dus te weinig. “Zes jaar geleden ging het nog om 12 procent”, licht Chang toe. “Misschien werken sommigen parttime, maar inmiddels is wel duidelijk dat fulltime werken geen garantie is voor een leefbaar loon. Ons minimumloon ligt ver onder het leefbaar loon; daar helpen belastingvoordelen en subsidies voor de laagste inkomens onvoldoende bij. De voedselprijzen zijn sinds 2023 enorm gestegen. Ook de huurprijzen en hypotheeklasten zijn sterk gestegen, maar de recente loonsverhogingen hebben deze stijgingen niet gecompenseerd.”

CLC pleit en lobbyt daarom voor eerlijke lonen en meer investeringen in openbare diensten. “We willen een farmaceutisch zorgprogramma om medicijnen toegankelijk te maken, maar ook betaalbare kinderopvang, zodat meer vrouwen kunnen gaan werken. We hebben al gratis tandheelkundige zorg voor kinderen en volwassenen met een laag inkomen, gratis anticonceptie en diabetesmedicatie en -benodigdheden kunnen realiseren. We willen dit pakket uitbreiden.”

CURAÇAO – Groeiende groep gepensioneerden heeft minder te besteden

Voedselbank Curaçao bestaat al bijna vijftig jaar, maar bevindt zich op het moment in zwaar weer, omdat de donaties niet toereikend zijn. “We geven nu maandelijks voedselpakketten aan 350 families, maar we krijgen dagelijks telefoontjes van mensen die om hulp vragen”, zegt voorzitter Sheryl Losiabaar. “Naar schatting hebben veel meer families voedselhulp nodig, want de vraag is groot. Maar wij doen wat we kunnen.”

In principe kan een familie een jaar hulp verwachten van de voedselbank, maximaal twee jaar. Losiabaar weet niet of er onder deze families werkende armen zitten. “Het gaat voornamelijk om mensen die geen structureel werk hebben, of niet fulltime kunnen werken. Ook hebben we een groeiende groep AOV’ers (Algemene Ouderdomsverzekering, red.), die ineens minder te besteden hebben. De prijzen zijn behoorlijk gestegen, maar de lonen zijn te laag, evenals de uitkeringen.”

Op Curaçao bestaat daarnaast sinds 2012 de basisvoedselmand (Makutu-Basiko), waarop mensen met een laag inkomen recht hebben. Dit is een overheidsvoorziening: de minister van Economische Zaken bepaalt de inhoud van de mand en de prijs die daarvoor aan de leveranciers wordt vergoed. Everonne Samboe van de bedrijfsvakbond Sebi vertelt dat deze vorm van voedselhulp nog steeds bestaat. “Alleen voor uitkeringsgerechtigden. Zij krijgen maandelijks een betaalkaart waarmee ze rijst, suiker, thee, melk, koffie, groente en brood kunnen kopen.”

De leden van zijn bond voor werknemers de sociale woningverhuur en de bouw verdienen voldoende om alle kosten zelf te betalen. Maar Samboe kent ook werkende armen op Curaçao. “Het minimumloon is echt te laag. Ik ken een paar families die van voedselhulp afhankelijk zijn, maar zij schamen zich. Er gaan ook kinderen naar school zonder ontbijt. Tegenwoordig zorgen de scholen voor brood en sap en elk kind mag hierop een beroep doen. Aan het eind van de dag krijgen ze warm eten.”

NEDERLAND – “Aantal zzp’ers en AOW’ers is groeiende bij voedselbanken”

In Nederland werd een van de eerste voedselbanken opgericht in 2002 door Sjaak en Clara Sies in Rotterdam. Inmiddels bestaat er de landelijke organisatie Voedselbanken Nederland, die 181 voedselbanken onder haar hoede heeft. Voorzitter Henk Staghouwer vertelt dat ze zo’n 150 duizend klanten per jaar hebben. Hiervan is een derde onder de achttien jaar. “Gemiddeld maken klanten 1,5 jaar gebruik van voedselhulp”, zegt Staghouwer. Bijna de helft is binnen een jaar niet meer afhankelijk van de voedselbank en 31 procent zelfs al binnen zes maanden niet meer. “De mens staat bij ons centraal”, zegt Staghouwer. “Belangrijk is dat ze weerbaar worden in de maatschappij.”

Het aantal klanten deint mee op maatschappelijke en economische crises. “Zo leverde corona een enorme piek op en kregen we ook meer klanten door de opkomende energiearmoede. Nu ervaren we weer een lichte stijging vanwege de hoge prijzen.” Voedselbanken Nederland voert op dit moment een ‘drempelverlagende’ campagne om schaamte weg te nemen. Geen overbodige luxe, want het klantenbestand verandert, zegt Staghouwer. “We zien steeds meer zzp’ers. Ook AOW’ers, die geen aanvullend pensioen hebben. In de grote steden zien we mensen met twee banen, die toch niet kunnen rondkomen.”

Hier ziet hij een rol voor de vakbonden. “Het minimumloon is te laag en de kosten zijn te hoog. Het is geen gemakkelijke opgave, maar de bonden moeten blijven strijden voor verhoging. Dit geldt ook voor de AOW’ers; in ons bestand vormen zij 20 procent en ze komen er niet meer uit. Dit moet gewoon niet kunnen. Naar de politiek zeggen we dan ook: doe hier wat aan!”