(Straatnieuws)
Die romantische, sneeuwwitte plaatjes, we hebben ze in januari veelvuldig kunnen bewonderen. Maar voor dak- en thuislozen is die romantiek in de winter ver te zoeken. Het gevaar zit ‘m niet eens in de sneeuw. Ook boven nul graden lopen buitenslapers kans op onderkoeling, waarschuwt straatdokter Marcel Slockers uit Rotterdam. Hij pleit ervoor dat de winteropvang van eind oktober tot begin april permanent openblijft. Buitenslaper Marcel Zwakke vindt dit een heel goed idee.
Tekst Astrid van Unen
Beeld Ank Zwolle
Rotterdam telt naar schatting 250 buitenslapers. Zij kunnen zich weliswaar overdag opwarmen op locaties als de Pauluskerk en van het Leger des Heils, maar ’s nachts bij wind, regen, hagel of sneeuw op een kartonnen ondergrond zal dutten het hoogst haalbare zijn. Rond 2010 waren er amper buitenslapers in deze stad, stelt straatdokter Marcel Slockers. “We zien duidelijk een toename van dak- en thuislozen, maar de gemeente is niet in staat dit probleem op te lossen. Of wil het niet. Het is hoog tijd voor landelijke afspraken, want lokale oplossingen werken niet.”
Slockers is een inmiddels gepensioneerd huisarts in Rotterdam en nog steeds actief op de verpleegafdeling van CVD Havenzicht, voor Straatzorg Rotterdam en de stichting Nederlandse Straatdokters Groep. Hij had lange tijd een eigen huisartsenpraktijk, “zodat je goed weet dat er twee werelden zijn.” Omdat hij al sinds 1983 met dak- en thuislozen werkt, heeft hij een schat aan ervaring.
‘Biologieles voor beleidsmakers’
Onder de vraag ‘Wanneer wordt onderkoeling gevaarlijk?’ hield Slockers onlangs een pleidooi op LinkedIn voor het openhouden van de winteropvang van eind oktober tot begin april. Hij legt het haarfijn uit: ‘Het menselijk lichaam functioneert optimaal bij 37°C. Bij 35°C spreken we van onderkoeling, bij 31 graden van zeer gevaarlijke onderkoeling.’ Bij een temperatuur van 27°C gaat iemand dood, stelt Slockers. ‘Toch hanteert het huidige beleid een belevingstemperatuur van 0°C als grens voor noodopvang tijdens de winter.’
En dat is meer dan naïef, zo blijkt uit zijn eigen ervaringen op het spreekuur en die van collega’s. “Tussen de 35 en 40 graden lichaamstemperatuur functioneert het lichaam nog. Daar beneden raak je al onderkoeld. Eerst word je heel sloom. Zo gaat het ook met de verdrinkingsdood, als je door koud water onderkoeld raakt.” Buitenslapers raken in een negatieve spiraal, zegt hij. “Een van de verschijnselen is een kort lontje. Boos worden tegen voorbijgangers of boa’s. Dan kun je denken: wat zijn die buitenslapers vervelend, maar het gedrag is in wezen de schuld van onderkoeling. Ze denken door alcohol en drugs warm te kunnen blijven.”
Hij noemt het “een biologieles voor beleidsmakers”. Het is niet de eerste keer dat hij en zijn collega’s deze les geven. ‘Als straatdokters pleiten wij al tientallen jaren voor winteropvang gedurende de hele winter’, schrijft Slockers op LinkedIn. ‘Niet alleen tijdens vorst, maar gedurende alle maanden dat kou een medisch risico vormt. Het gaat hier vaak om arbeidsmigranten die bijdragen aan onze economie, maar geen veilige plek hebben om te slapen. Het demissionaire kabinet vertraagt structurele verbeteringen. Ondertussen behandelen wij de gevolgen.’ Daarom roept hij op: ‘Pas het beleid aan op basis van medische feiten. Winteropvang de hele winter door. Het is geen ideologie, het is medische noodzaak.’
Gevaar dreigt eerder
De gemeente verwijst graag naar het Canadese onderzoek ‘Cold weather conditions and risk of hypothermia among people experiencing homelessness’, waaruit zou blijken dat het risico op onderkoeling toeneemt vanaf een gevoelstemperatuur van 0 graden. “Maar ik lees dit onderzoek heel anders”, zegt Slockers. “Van de 97 onderkoelde daklozen in deze studie waren er 21 bij de spoedeisende hulp gekomen met onderkoeling bij een buitentemperatuur van boven de nul graden. Negentien liepen weer weg zonder de hele procedure op de spoedeisende hulp te hebben doorlopen en achttien verlieten de eerste hulp niet meer, die waren overleden. Wat voor ons regenrijke land ook van belang is, is dat meer dan de helft van de onderkoelde daklozen juist op momenten van neerslag, los van temperatuur, onderkoeld raakt. Dat gevaar dreigt dus al eerder.”
Winteropvang weer dicht
Op de Rotterdamse inlooplocatie De Sluis roezemoest het midden januari van de geruchten onder de vele bezoekers: de winteropvang gaat weer sluiten. Het is 12 uur en bijna lunchtijd, het aantal bezoekers is opmerkelijk hoog. Een geur van lasagne vult de grote ruimte. Naar verwachting zal het komende nacht boven de nul graden blijven, dus volgens beleid gaat de winteropvang dan dicht. Dan moet de hele meute weer op zoek naar een beschut plekje in de stad.
Marcel Zwakke (70) heeft die nacht nog doorgebracht in de winteropvang van de Nicolaas Adriaan Stichting (NAS), maar in de ochtend al besloten dat hij vannacht buiten gaat slapen. “Voor de recover”, zegt hij met zachte stem, “van hetgeen je in de opvang meemaakt. Per zaal lig je met zestig andere lotgenoten die tot twee uur ’s nachts met elkaar praten of discussiëren. Er is altijd veel geluid, dus het duurt lang voordat je in slaap valt. Vervelende discussies over geloof of het afgeven op nationaliteiten, dat is niet fijn.”
Zwakke is ruim 35 jaar dakloos, vertelt hij. Niet veroorzaakt door verslavingen of psychische problemen, maar door identiteitsfraude en andere pech. Deze jaren heeft hij veelal buiten doorgebracht. Als een echte Swiebertje reisde hij door verschillende landen, waaronder Duitsland en Frankrijk, met zijn tentje ‘voor buitenavontuur’. “Niet alleen vanwege de natuur, maar ook vanwege prachtig nieuwe ervaringen die je opdoet. Lekker in de bossen leven, een haas of een eend vangen en die roosteren om voldoende proteïne binnen te krijgen.” Vannacht wil hij op een voor hem bekende golfbaan slapen, daar zijn “kleine accommodaties” waar hij beschutting vindt tegen wind en regen, want zijn laatste tentje is verdwenen. “Daar slaap ik als een blok”, legt hij uit. “Ik heb een slaapzak die dik genoeg is, en mocht het extreem koud worden, dan zijn er nog andere plekjes met betere beschutting.”
‘Het gaat nog wel, het gaat nog wel’
Ooit werd hij door een lokale boswachter net op tijd gered. Toen bivakkeerde hij in de Rijnstreek bij Alphen aan de Rijn en had hij zelf “een accommodatie van gras” gemaakt. Maar het vroor en sneeuwde, en hij had alleen een warme trui, geen slaapzak. De boswachter hield hem al een tijdje in de gaten. Niet om hem te verjagen, maar om te voorkomen dat het met hem mis zou gaan. Hij vond Zwakke bewusteloos onder het gras en bracht hem bij met een kop warme chocolademelk en wat eten. Vervolgens bracht hij Zwakke naar een schuur waar hij enkele nachten kon doorbrengen.
“Je kunt overmeesterd worden”, verklaart Zwakke. Terwijl hij eigenlijk veel ervaring heeft met buitenslapen en goed getraind is. In zijn jongere jaren volgde hij een overlevingstraining bij een bedrijf, dat medewerkers op de nationale en internationale scheepvaart voorbereidt op intense kou op het water. Misschien is dat de reden dat hij in die 35 jaar maar één keer gevaarlijk onderkoeld raakte. Na de onfortuinlijke ervaring in de Rijnstreek schafte hij kampeerartikelen aan, die kwalitatief goed zijn. Hij heeft goede herinneringen aan de High Peak Sparrow, een dubbeldeks fietserstentje. “Daar heb ik er een aantal van versleten.”
Dat de winteropvang bij nul graden sluit, noemt hij “belachelijk”. Want hij heeft om zich heen vaak genoeg “erbarmelijke dingen” gezien. “Onderkoeling kan echt eerder gebeuren. Mensen raken dan helemaal van het padje, gaan rare dingen doen en zeggen. Of ze worden volledig apathisch en zijn niet meer aanspreekbaar. Je wordt ook overmoedig hè. Je denkt: ‘Het gaat nog wel, het gaat nog wel.’ Maar voordat je het weet, ben je een grens voorbij.”
Warm gezicht
Op een ochtend in januari 2024 wordt een 82-jarige man uit Maassluis op een fietspad in Rotterdam door een dakloze man neergestoken. De man overlijdt aan zijn verwondingen. Tegen de dader wordt twaalf jaar gevangenisstraf geëist, maar hij krijgt vrijspraak, omdat hij op het moment van neersteken in een psychose verkeerde. Het was dezelfde tijd als nu: wintertijd. De man raakte psychotisch na een aantal nachten vrieskou.
Straatdokter Slockers kent de verhalen. Tijdens zijn diensten ziet hij de fysieke gevolgen van kou: bevriezingsverschijnselen aan ledematen. “Sandalen, natte sokken, een te dunne jas. Ze leiden bij dalende temperaturen allemaal tot blessures. Bij regen en wind koel je snel af, dat hebben mensen vaak niet in de gaten. Sommigen gaan meer alcohol en drugs gebruiken om warm te worden, maar je warmt daarvan niet op. Je krijgt er wel een warm gezicht van, maar je lichaamstemperatuur daalt.”
Tussen wal en schip
Midden januari kreeg Slockers nog een telefoontje van een internist, over iemand die onderkoeld was binnengebracht in het ziekenhuis. “Iemand die alcoholverslaafd is en niet voor zichzelf kan zorgen. Hij had nota bene een WLZ-indicatie (Wet Langdurige Zorg, bedoeld voor mensen die blijvende verpleging, verzorging of toezicht nodig hebben, red.). Hij zou dus in een verpleeghuis moeten zitten. Maar als zorginstellingen zeggen: deze meneer is een beetje lastig, dan valt-ie tussen wal en schip. Zorginstellingen mogen zelf aan cherry-picking doen.”
Omdat de man op straat leefde en nog geen zorginstelling had, zou de gemeente opvang moeten regelen. “Maar in de reguliere nachtopvang hadden ze geen plek, dus moest-ie naar de winteropvang. Maar dat is puur voor de nacht, en deze man zou overdag weer opnieuw kunnen afkoelen. Terwijl wij hierover heen en weer aan het bellen waren met de internist, de gemeente en Straatzorg, is de meneer naar buiten gelopen en weer foetsie. Dit zijn mensen die niet goed voor zichzelf kunnen zorgen en daar moet je als samenleving iets mee doen.”
Kijk naar gedrag
Vorig jaar had Slockers een man in Havenzicht opgenomen, die in 2,5 week in verschillende ziekenhuizen en een verpleegplek was opgenomen. “Elke keer onderkoeld, elke keer met een ambulance naar een ziekenhuis gestuurd. Daar twee dagen warm geworden, verdwaasd geraakt, weer opnieuw weggelopen. Ook bij ons liep-ie weg. Daarna weer aangetroffen op de metro-rails, volledig verward, opnieuw opgenomen. Dat is wat onderkoeling doet. Uiteindelijk hebben we hem door kunnen laten stromen naar de GGZ. Intussen had hij vier ziekenhuizen gehad, vier intakes, ambulances laten uitrukken, politie erbij, de metro vertraging laten oplopen. Dat kostte handenvol geld, en zijn brein ging er niet beter van functioneren.” Ten slotte zegt hij: “Mensen gewoon laten wonen is natuurlijk altijd de beste oplossing, in plaats van dit soort opvang gedoe.”

