Home actueel Turkse journalistiek achter tralies

Turkse journalistiek achter tralies

(Uit Wordt Vervolgd)
In Turkije zitten meer journalisten in de gevangenis dan in China. Zonder uitzondering worden de verslaggevers opgesloten op basis van een omstreden Antiterreurwet. 'Je kunt alle redacties wel omgeven met tralies. Dan hoef je de journalisten niet meer naar de gevangenis te brengen.'

 

Tekst: Mehmet Ülger

ISTANBUL - 'Mijn arrestatie was geen juridische, maar een politieke beslissing. En dat gold ook voor mijn vrijlating', vertelt Ahmet Şık (1970) in de tuin van de Bilgi Universiteit, waar hij journalistiek doceert. Şık werkt ruim twintig jaar als onderzoeksjournalist en heeft verscheidene prijzen gewonnen. Op 3 maart 2011 werd hij, samen met zijn collega Nedim Şener en zeven andere Turkse journalisten en schrijvers, opgepakt. De reden: hun vermeende betrokkenheid bij Ergenekon, het netwerk waarvan het Turkse Openbaar Ministerie vermoedt dat het een staatsgreep voorbereidde tegen de regerende AK-partij van premier Erdoğan. Ergenekon bestaat voornamelijk uit een groep (ex-)militairen, die liever geen islamitische partij aan de macht zien. Het zijn Turkse nationalisten die het gedachtengoed van Atatürk (scheiding religie en staat) hoog houden en het leger graag als een machtsfactor zien. Şık en Şener hebben hier onderzoek naar gedaan en onthullende artikelen en boeken hierover geschreven. "Het is frappant dat wij juist met zo'n club in verband worden gebracht. Wij zijn als mens en als journalist tegen dit soort organisaties."

De arrestaties staan niet op zichzelf. Begin dit jaar zaten er in Turkije 106 journalisten vast. Na enkele vrijlatingen is dat aantal nu gedaald tot onder de honderd. Volgens de OVSE zitten er nu nog 95 vast. Ercan Ipekçi, voorzitter van de Turkse journalistenbond TGS en bestuurslid van de Europese Federatie van Journalisten EFJ, zegt echter niet te weten hoeveel journalisten er in totaal zijn aangeklaagd. In zijn kantoor in de wijk Cağaloğlu van Istanbul, tussen stapels papieren, kranten en brieven van gevangen journalisten maakt hij zich zichtbaar druk om de huidige personvrijheid in Turkije. 'Momenteel lopen er tienduizenden rechtszaken. Tegen sommige journalisten lopen vijftig tot honderd zaken. Ze worden aangeklaagd op grond van de Mediawet, de Strafwet of de Antiterreurwet.'

De journalisten die gevangenzitten, zijn allemaal aangeklaagd op grond van die laatste wet. "In 2006 is de Antiterreurwet aangenomen", licht Ipekçi toe. "Die is vele malen slechter dan de Antiterreurwet daarvoor. Alles valt onder deze wet, alles wat je kunt bedenken. Elke stap die je zet, elke ademhaling, alles wat je doet in het maatschappelijke leven valt onder de Antiterreurwet." Ook Şık, die eerder al terechtstond voor een onthullend boek dat hij samen met Ertuğrul Mavioğlu schreef over Ergenekon, werd onder deze wet aangeklaagd. Zij waren de eersten die Ergenekon gedefinieerd hebben en de structuur ervan in kaart brachten. De onthulling van het bestaan van zo'n organisatie veroorzaakte een paranoïde reactie. Bijna iedereen die kritisch over de AKP durfde te schrijven, iets dat Şık regelmatig doet, werd plotseling verdacht van Ergenekon sympathieën. Hiervoor  werd hij tijdens zijn laatste gevangenschap vrijgesproken.

Op het moment van Şıks arrestatie in maart vorig jaar was zijn nieuwe boek Het leger van de imam bijna klaar. Hierin schreef hij over de infiltratie van de islamitische Gülen-beweging in het politieapparaat. Het boek geldt als een soort waarschuwing: de Gülen-beweging, die de grootste steunpilaar van de AKP is, probeert overal haar macht te vergroten. De Turkse politie deed huiszoeking bij uitgeverij İthaki en op de redactie van het links-liberale dagblad Radikal, waarvoor zijn vriend Mavioğlu werkt. Op die manier hoopten de agenten de hand te leggen op alle exemplaren van Het leger van de imam die in omloop waren. Dit is niet gelukt; het boek werd enkele maanden later wereldwijd via internet verspreid.

Hoewel de autoriteiten ontkennen dat Şıks arrestatie iets met het boek te maken heeft, stelde de officier van justitie hem verschillende vragen over het boek. Kort daarna is een politierapport opgemaakt, waarin het boek werd omschreven als pr-materiaal voor Ergenekon. Dit was een valse beschuldiging. Na dat rapport zijn zelfs de digitale versies van het boek verboden. Het drukken, verspreiden en zelfs het in bezit hebben van het boek werd strafbaar gesteld.'

Daarmee werd Şıks boek plotseling onderdeel van een algemeen protest. 'Een paar dappere mensen hebben mijn boek toch uitgegeven. Naast mij staan nog 126 namen vermeld als auteur. De autoriteiten durfden het niet aan om tegen hen ook een rechtszaak aan te spannen.'

Bloedige handen

Nedim Şener (1966), ook een onderzoeksjournalist met een lange staat van dienst, werd na zijn arrestatie eveneens beschuldigd van 'lidmaatschap van Ergenekon'. Op het dak van een hotel in het oude deel van Istanbul vertelt hij rustig maar strijdbaar over de afgelopen periode. Het interview wordt regelmatig onderbroken door het personeel, dat hem graag even een hand wil geven. Şener wordt hier duidelijk als held binnengehaald. 'Kritische journalisten worden nergens in de wereld met open armen ontvangen', stelt hij. 'Turkije vormt daarop geen uitzondering. In Iran worden journalisten beschuldigd van spionage, in Turkije van terrorisme. De werkelijke reden dat we worden vervolgd, is echter dat we boeken schrijven. Ik word er onder meer van beschuldigd dat ik heb meegeholpen aan het boek van Ahmet Şık over de Gülen-beweging.'

Şener publiceerde in 2009 bovendien een boek over de moord op de Armeense hoofdredacteur Hrant Dink, die in januari 2007 voor het gebouw van zijn redactie werd doodgeschoten. Dink werd door een minderjarige doodgeschoten, die later een huurmoordenaar bleek. Achter de moord zaten nationalisten, die het Dink kwalijk namen dat hij over de Armeense genocide schreef. Ook de politie bleek betrokken te zijn bij de beraming van de moord.

'De sluier die over de moord op Hrant Dink hing, is door mijn werk deels weggetrokken', zegt hij. 'De agenten die ons hebben gearresteerd, waren betrokken bij de moord op Dink. Ik heb internationale prijzen ontvangen voor het onderzoek dat ik heb gedaan naar die moord. Bij de politie bleek bekend dat er een moordaanslag op Dink zou plaatsvinden, maar zij hebben hier niks tegen gedaan. Sterker nog, ze hebben alle belangrijke informatie onder het tapijt proberen te schoffelen. Ze hadden dus alle reden om mij zwart te maken, niet alleen in Turkije, maar ook internationaal. Ze hebben mij gebruikt om hun eigen bloedige handen schoon te wassen.'

Het probleem is dat in Turkije verschillende wetten met elkaar botsen, legt bondsvoorzitter Ercan Ipekçi uit. 'De huidige regering zegt dat Turkije een goede Mediawet heeft. Dat klopt, daar heb ik geen enkele kritiek op. In 2004 is die wet in overleg met verschillende vakbonden tot stand gekomen. De bronnen en de positie van de journalist worden hierin goed beschermd. Maar in 2005 is vervolgens een Strafwet aangenomen, waarin 27 artikelen staan die persuitingen en meningen aan banden leggen. We hebben gewaarschuwd: als jullie deze wet uitvoeren, zullen de gevangenissen vol komen te zitten met journalisten.'

De politiek bleek doof voor de kritiek en ging nog een stapje verder. Ipekçi: 'In 2006 werd de nieuwe Antiterreurwet aangenomen. Die is vele malen krachtiger dan de wet die daarvoor van kracht was. Alles wat je kunt bedenken, valt onder deze wet: elke stap die je zet, elke ademhaling, alles wat je doet in het maatschappelijke leven.'

De bondsvoorzitter wordt fel. 'Waar pakken de agenten al die journalisten op? Gebeurt dat in kampen van terroristische of illegale organisaties? Droegen de journalisten tijdens hun arrestatie wapens bij zich? Waren ze aan het trainen voor terroristische activiteiten? Je kunt alle redacties wel omgeven met tralies. Dan hoef je de journalisten niet meer naar de gevangenis te brengen.' De Turkse overheid houdt niet van kritische media. Veel tv-stations en kranten zijn gelieerd aan de AKP. Degenen die een onafhankelijke koers proberen te varen, worden achtervolgd met rechtszaken en hoge boetes. Media en journalisten die hiertegen in opstand komen, zijn een gemakkelijke prooi onder de Antiterreurwet.

Het probleem is bovendien niet van vandaag of gisteren. 'In de jaren negentig werden meer dan dertig collega's van Koerdische en linkse media vermoord. In Istanbul werd het gebouw van de krant Özgür Gündem opgeblazen. Medewerkers die deze aanslag overleefden, werden gearresteerd en in de gevangenis gezet. De toenmalige Turks-nationalistische regering zei: dit zijn geen journalisten, maar terroristen. Nu is het 25 jaar later en hebben we een andere regering met een islamitische achtergrond, maar ook die zegt: het zijn geen journalisten, maar terroristen.' In de tussenperiode, tot 2009, bleef het redelijk rustig. In de laatste jaren is het aantal arrestaties onder journalisten fors toegenomen.  

Zelfcensuur

De gevangenschap heeft Şık en Şener zowel financieel als emotioneel 'veel pijn gedaan', zeggen ze. Maar er zit ook een positieve kant aan. 'Door de arrestatie van Ahmet en mij zijn de problemen met de persvrijheid zichtbaar geworden', zegt Nedim Şener. 'Mensen konden niet begrijpen dat wij in verband werden gebracht met een organisatie als Ergenekon. Wij zijn juist tegen zulke clubs. Organisaties als Ergenekon zijn verantwoordelijk voor veel verdwijningen en misdaden. Als journalisten waren we bezig die zaken te onthullen. Mensen begrepen daarom onmiddellijk dat onze gevangenschap niet in de haak was. Een dag na onze arrestatie gingen mensen al letterlijk de straat op. Hieronder heel veel journalisten. Dat was uniek in de Turkse geschiedenis. Het was iedereen meteen duidelijk dat dit een zware aanval was op de journalistiek was.'

Vrienden en collega's organiseerden protesten en besteedden in hun artikelen en columns aandacht aan de arrestatie van de twee bekende journalisten. 'Echte journalistieke solidariteit', zegt Şık terugblikkend. 'Onrecht naar buiten brengen is riskant in Turkije. Als je dat doet, kan er voor jou ook een plek in de gevangenis worden gereserveerd. Ondanks dat grote risico hebben collega's deze kwestie toch aan de kaak gesteld.'

Şık en Şener kregen ook internationale steun. Het Internationaal Persinstituut (IPI), de internationale journalistenfederatie IFJ, Reporters sans Frontières, Amnesty International en de Nederlandse journalistenvakbond NVJ stuurden protestbrieven naar de Turkse regering en organiseerden solidariteitsacties.

Volgens Şık bestaat in Turkije niet alleen het probleem van gevangen journalisten, maar vooral ook van vrije journalisten in gevangenschap. 'Ik ben van een kleine naar een grote gevangenis gegaan', zegt hij. 'De afgelopen jaren zijn veel columnisten en programmamakers ontslagen. De lijst wordt langer en langer. Mensen die door de premier en door de Gülen-beweging worden aangewezen, raken werkloos. Hun programma's worden niet uitgezonden of ze moeten hun mond dichthouden. De zelfcensuur is daardoor inmiddels groter dan de censuur door de autoriteiten.'

Bondsvoorzitter Ipekçi: 'Het effect van de arrestaties is dat er bijna honderd journalisten vastzitten, maar alle andere journalisten voelen zich eveneens gevangen. Zij durven niet meer alles op te schrijven.' Je moet als journalist verdomd veel moed hebben om je vak op onafhankelijke wijze uit te oefenen. 'Het is zoiets als in een mijnenveld lopen', verwoordt Nedim Şener de situatie. 'Je probeert verder te lopen zonder op een mijn te trappen.'

Nadat Şık en Şener ruim een jaar gevangenzaten, oordeelde de rechter op 12 maart dat zij en twee andere journalisten moesten worden vrijgelaten. Hen staat nog wel een rechtszaak in juni te wachten. Bij zijn vrijlating zei Şık: 'Je hoeft mij niet te feliciteren, want er zitten nog bijna honderd collega's vast. Zolang de persvrijheid in Turkije wordt onderdrukt, voel ik me niet vrij.' Die uitspraak heeft hem een nieuwe aanklacht opgeleverd.

 

Krant voor gevangenen

In Turkije zitten nu volgens de OVSE zo'n 95 journalisten in de gevangenis. Vanuit de cel schrijven ze artikelen voor een speciale krant: Tutuklu Gazete, oftewel de Gevangen Krant. De krant is een initiatief van de journalist Bedri Adanir, die op dit moment een gevangenisstraf uitzit in Diyarbakır. De journalistenbond TGS zorgt voor de uitvoering.

Tutuklu Gazete verscheen voor het eerst in augustus 2011. In een oplage van veertigduizend exemplaren vond de krant als bijlage van de dagbladen BirGün, Evrensel, Atılım en Aydınlık haar weg naar de lezers. De gevangen journalisten schreven brieven, hielden interviews met zichzelf of vertelden over wat ze meemaken in de gevangenis. Hun artikelen komen via hun advocaat of rechtstreeks bij de TGS terecht.

De krant bestaat uit twaalf pagina's en is samengesteld door veertig schrijvers: 39 journalisten die bij de verschijning van het eerste nummer in de gevangenis zaten en één gastschrijver: Hicri Izgören. In het tweede nummer, dat in januari van dit jaar in een oplage van 120.000 exemplaren verscheen, stonden ook cartoons die in de gevangenis zijn gemaakt.

 

Zoeken